ECLI:NL:RVS:2018:487
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verstrekking gegevens AIVD wegens onvoldoende motivering
Appellant verzocht de minister om verstrekking van interne documenten van de AIVD, welke de minister weigerde op grond van artikel 55 Wiv Pro 2002 vanwege bescherming van bronnen en werkwijzen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede omdat appellant niet tijdig toestemming gaf voor inzage in vertrouwelijke stukken.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte oordeelde over de procesorde en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de gegevens geweigerd werden. De minister voerde misbruik van recht aan, wat door de Afdeling werd verworpen omdat het verzoek niet gericht was op vernietiging van archiefstukken.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht oordeelde over de procesorde, maar dat de rechter had moeten verwijzen naar een andere rechter vanwege het ontbreken van ongeclausuleerde toestemming. De Afdeling vernietigde het besluit van 12 januari 2016 wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met een deugdelijke motivering. Tevens werd bepaald dat tegen dat nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een op de aanvraag toegesneden motivering bij weigering van informatie op grond van de Wiv en de juiste toepassing van procesregels omtrent geheimhouding.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verstrekking van gegevens wordt vernietigd en de minister moet opnieuw beslissen met een deugdelijke motivering.