ECLI:NL:RVS:2018:4261
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onrechtmatige verhuur woning aan toeristen in strijd met vakantieverhuurbeleid
Het college legde aan appellant een bestuurlijke boete op wegens het onttrekken van een woning aan de woonvoorraad door verhuur aan toeristen via Airbnb, in strijd met het vakantieverhuurbeleid van Amsterdam. Appellant betwistte dat zijn zoon hoofdverblijf had in de woning en dat de verhuur langer dan twee maanden per jaar plaatsvond.
De toezichthouders constateerden bij bezoeken in november 2015 en april 2016 dat toeristen in de woning verbleven en dat er geen persoonlijke spullen van de zoon aanwezig waren. De rapporten van bevindingen, op ambtseed en ambtsbelofte opgesteld, werden als betrouwbaar beoordeeld. De Afdeling oordeelde dat de verhuur aan toeristen een wijziging van het gebruik van de woning inhield en dat de woning daardoor aan de woonvoorraad was onttrokken.
Verder werd vastgesteld dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van het vakantieverhuurbeleid, met name het hoofdverblijfcriterium, mede gelet op de vele recensies op boekingssites en de ongeopende post in de centrale hal. De overschrijding van de beslistermijn van 13 weken leidde niet tot matiging van de boete. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens onttrekking van de woning aan de woonvoorraad door verhuur aan toeristen in strijd met het vakantieverhuurbeleid.