ECLI:NL:RVS:2018:4206
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- S.F.M. Wortmann
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vliegasoverbrenging naar Duitsland voor funderingsmortel is nuttige toepassing, niet verwijdering
Twence Holding B.V. heeft een kennisgeving gedaan voor de overbrenging van vliegas naar een bedrijf in Duitsland, waar deze wordt gebruikt voor de productie van funderingsmortel voor zoutmijnen. De staatssecretaris verleende aanvankelijk toestemming voor een beperkte periode en maakte bezwaar tegen verdere overbrenging. Twence en Mineralz, een Nederlandse afvalverwerker die stelt dat de vliegas in Nederland moet worden gestort, maakten bezwaar tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beide beroepen behandeld.
De Afdeling oordeelt dat het gebruik van vliegas in funderingsmortel een nuttige toepassing van afval is, conform eerdere jurisprudentie en de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen. De staatssecretaris baseerde zijn bezwaar op een gewijzigde interpretatie van Europese regelgeving en het arrest Bari/Mastrodonato, maar de Afdeling stelt vast dat deze interpretatie niet wordt gedeeld door andere lidstaten en dat de feitelijke situatie en regelgeving niet wezenlijk zijn veranderd.
De Afdeling concludeert dat het gebruik van vliegas in mortel voor het funderen van zoutmijnen milieutechnisch verantwoord is en niet vergelijkbaar met het opvullen van open steengroeven met gevaarlijk afval, zoals in het arrest Bari/Mastrodonato. Daarom is het bezwaar van de staatssecretaris tegen de overbrenging ten onrechte gebaseerd op de veronderstelling van verwijdering. Het beroep van Twence wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 december 2017 vernietigd. Het beroep van Mineralz wordt ongegrond verklaard omdat zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep van Twence wordt gegrond verklaard en het besluit van 14 december 2017 vernietigd; het beroep van Mineralz wordt ongegrond verklaard.