ECLI:NL:RVS:2003:AI0979
Raad van State
- Hoger beroep
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- R.H. Lauwaars
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bezwaar overbrenging AVI-vliegas naar Duitsland wegens onjuiste kwalificatie nuttige toepassing
De zaak betreft het bezwaar van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tegen de voorgenomen overbrenging van 15 miljoen kilogram AVI-vliegas door N.V. Afvalverbranding Zuid Nederland (AZN) naar UTR Umwelt GmbH in Duitsland. De minister had bezwaar gemaakt op grond van de EVOA omdat hij de overbrenging kwalificeerde als verwijdering van afval, terwijl appellanten stelden dat sprake was van nuttige toepassing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat UTR ontvankelijk is in haar bezwaar, maar [appellant] niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. De Afdeling volgt het Hof van Justitie in de uitleg dat het primaire doel van de handeling bepalend is voor de kwalificatie als verwijdering of nuttige toepassing. Gezien het feit dat de vliegas in betonmortel wordt toegepast als vulstof ter vervanging van primaire grondstoffen en wordt gebruikt voor versteviging in actieve mijnen, is sprake van nuttige toepassing.
De Afdeling vernietigt het besluit van 2 augustus 1999 waarin het bezwaar van AZN ongegrond werd verklaard en het bezwaar van UTR niet-ontvankelijk. Het beroep van [appellant] wordt ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan AZN en UTR. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd omdat de overbrenging van vliegas als nuttige toepassing moet worden gekwalificeerd.