ECLI:NL:RVS:2018:4183
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig en onmiddellijk gevaar door huiselijk geweld
De burgemeester legde appellant een huisverbod op voor tien dagen, verlengd met achttien dagen, vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn echtgenote en kinderen door huiselijk geweld. Appellant betwistte dit, stellende dat er geen recente geweldsincidenten waren en dat hij openstond voor hulpverlening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het huisverbod een ingrijpend middel is, maar gelet op de lange geschiedenis van fysiek en psychisch geweld binnen het gezin, waaronder eerdere mishandelingen en bedreigingen, was het opleggen van het huisverbod gerechtvaardigd. De burgemeester kon zich op het standpunt stellen dat het huisverbod noodzakelijk was ter bescherming van de gezondheid en integriteit van de echtgenote en kinderen.
Ook de verlenging van het huisverbod werd bevestigd, omdat er nog geen reële aanvang was gemaakt met adequate hulpverlening en het gevaar niet was afgenomen. Het belang van veiligheid en rust van het gezin woog zwaarder dan het belang van appellant bij terugkeer in de woning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het huisverbod en de verlenging daarvan tegen appellant worden bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor het gezin.