ECLI:NL:RVS:2015:1030
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld in Den Haag
Bij besluit van 26 augustus 2014 legde de burgemeester van Den Haag aan appellant een tijdelijk huisverbod op vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn gezin, gebaseerd op meldingen van huiselijk geweld. Dit huisverbod werd op 3 september 2014 met achttien dagen verlengd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen het eerste besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de verlenging onterecht was, onder meer omdat nog geen netwerkgesprek met hulpverlening had plaatsgevonden en hij afspraken met zijn echtgenote had gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht het huisverbod verlengde, omdat nog geen reële aanvang met hulpverlening was gemaakt en de situatie van dreigend gevaar voortduurde. Het zorgadvies van Stichting Wende bevestigde dat de echtgenote emotioneel niet in staat was de confrontatie aan te gaan en dat het geweld toenam. De afspraken tussen appellant en zijn echtgenote werden niet door de hulpverlening gedragen en vonden plaats onder druk van familie.
Verder stelde appellant dat het huisverbod in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en het Verdrag inzake de rechten van het kind, omdat hij zijn minderjarige kinderen niet mocht zien. De Raad van State verwierp dit, omdat inmenging in het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd was ter bescherming tegen strafbare feiten en ter bescherming van de gezondheid van de echtgenote en kinderen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van het tijdelijk huisverbod wegens voortgezet gevaar voor huisgenoten.