ECLI:NL:RVS:2016:1216
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging en vernietiging van besluiten tijdelijk huisverbod en verlenging
De burgemeester legde aan appellant een tijdelijk huisverbod van tien dagen op naar aanleiding van een incident waarbij sprake was van huiselijk geweld en een dreiging voor de veiligheid van betrokkenen, waaronder een minderjarig kind. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen dit huisverbod ongegrond. Vervolgens verlengde de burgemeester het huisverbod met achttien dagen, waartegen appellant eveneens beroep instelde, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond.
Appellant stelde dat het huisverbod ten onrechte was opgelegd omdat er geen ernstig en onmiddellijk gevaar bestond, en dat het huisverbod onterecht werd gebruikt om de periode tot de echtscheidingsprocedure te overbruggen. De Raad van State oordeelde dat het huisverbod een ingrijpende maatregel is die kan worden ingezet om escalatie te voorkomen, ook zonder vaststelling van strafbare feiten. De burgemeester had het belang van het minderjarige kind terecht zwaarder laten wegen dan dat van appellant.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank onbevoegd was om te oordelen over het beroep tegen de verlenging van het huisverbod, omdat dit in de procedure tegen het oorspronkelijke huisverbod is inbegrepen. Daarom vernietigde de Raad van State deze uitspraak en beoordeelde zelf het beroep tegen de verlenging. Gelet op het feit dat de hulpverlening nog niet was gestart en de dreiging van gevaar niet was afgenomen, verklaarde de Raad van State het beroep ongegrond.
De verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd en de uitspraak van de rechtbank over de verlenging vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod en de verlenging daarvan wordt afgewezen; het huisverbod is terecht opgelegd en verlengd.