ECLI:NL:RVS:2018:4172
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- D.J.C. van den Broek
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning Windpark Spuisluis nabij woonboten
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende aan Eneco Wind B.V. een omgevingsvergunning voor de realisatie van Windpark Spuisluis, bestaande uit zes windturbines nabij IJmuiden. Appellanten, bewoners van nabijgelegen woonboten, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege de aantasting van het woon- en leefklimaat door geluidsbelasting, slagschaduw en stofhinder, en omdat de turbines binnen 600 meter van hun woonboten zouden worden geplaatst, in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht eerst de planologische status van de woonboten. Het bleek dat de meeste woonboten planologisch illegaal zijn, hoewel zij worden gedoogd tot 1 maart 2023. Slechts één woonboot werd als bouwwerk aangemerkt, maar ook deze voldeed niet aan de voorwaarden van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. Hierdoor zijn de woonboten geen gevoelige bestemmingen in de zin van de PRV en het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Hoewel de windturbines leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat door geluid en slagschaduw, weegt de Afdeling mee dat de woonboten illegaal zijn en slechts tijdelijk worden gedoogd. Ook wordt het geluid deels gemaskeerd door het industrieterrein IJmond en zijn afspraken gemaakt over hinderbeperking en financiële tegemoetkoming. De vermeende toename van grof stof werd niet aannemelijk geacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor Windpark Spuisluis wordt ongegrond verklaard.