ECLI:NL:RVS:2018:3845
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende ondernemingsplan
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige met een klusbedrijf. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens een onvoldoende ondernemingsplan, dat niet toereikend was om advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte geen advies had gevraagd, omdat de onderneming inmiddels goed draait en winst genereert, en dat het ondernemingsplan weliswaar tekortschiet, maar dit gecompenseerd wordt door andere stukken. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris terecht hogere eisen mag stellen aan het ondernemingsplan van een startende onderneming en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet aan deze eisen kan voldoen. Ook is het ontbreken van een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen dienst een zwaarwegend bezwaar.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen gegronde bezwaren had tegen het niet horen in bezwaar en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de standstillbepaling niet slaagt. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.