ECLI:NL:RVS:2018:3596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor niet stopzetten kinderopvangtoeslag ondanks grove schuld
Appellant ontving kinderopvangtoeslag voor opvang die in werkelijkheid niet plaatsvond in de jaren 2013 tot en met 2015. De Belastingdienst legde haar een bestuurlijke boete van €7.523 op wegens grove schuld, omdat zij de toeslag niet stopzette en geen informatie verstrekte. De rechtbank matigde de boete tot €1.750 rekening houdend met haar financiële draagkracht.
Appellant stelde dat zij door ziekte niet in staat was haar zaken te regelen en dat zij aanspraak had kunnen maken op een bijstandsuitkering, waardoor geen onrecht was gedaan. De Raad van State oordeelde dat appellant verantwoordelijk was voor het tijdig stopzetten van de toeslag en dat onvoldoende medische gegevens waren overgelegd om haar situatie te onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat sprake was van grove schuld en dat de boete proportioneel was vastgesteld op basis van een fictieve draagkracht. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €1.750,- wegens grove schuld wordt bevestigd.