ECLI:NL:RVS:2018:3557
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Vidi-subsidie wegens onvoldoende rekening houden met zwangerschap
De zaak betreft het hoger beroep van een hoogleraar Europees recht tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Vidi-subsidie 2015 door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De aanvraag werd afgewezen omdat zij op basis van de rangschikking niet in aanmerking kwam voor een interview. De aanvrager had het bestuur tijdig geïnformeerd over haar vergevorderde zwangerschap en verzocht om uitstel van de termijn voor het indienen van haar weerwoord op de referentenrapporten.
Het bestuur stuurde de rapporten pas kort voor de bevalling toe en gaf een korte termijn voor het weerwoord, waardoor onvoldoende rekening werd gehouden met haar situatie. De rechtbank oordeelde dat er geen discriminatie was en dat de aanvrager zelf had moeten opkomen voor haar belangen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat het bestuur onzorgvuldig heeft gehandeld door geen passend maatwerk te bieden, ondanks de duidelijke kennis van de zwangerschap en het verzoek om uitstel.
De Afdeling vernietigt het besluit van het bestuur en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de aanvraag in de eerstvolgende subsidieronde moet worden meegenomen indien de aanvrager daarvoor kiest. Tevens wordt het bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en niet-discriminerende behandeling van zwangere aanvragers in subsidieprocedures.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de Vidi-subsidie wordt vernietigd wegens onvoldoende rekening houden met de zwangerschap, en de aanvraag moet in de eerstvolgende subsidieronde worden meegenomen.