ECLI:NL:RVS:2018:3321
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning en afwijzing opheffing inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 14 juni 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot opheffing van het inreisverbod afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van het opheffen van het inreisverbod ongegrond en het overige beroep niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris deugdelijk had gemotiveerd dat er geen reëel risico bestond op een schending van artikel 3 EVRM Pro in Turkije, waar de vreemdeling een levenslange gevangenisstraf uitzit wegens activiteiten voor de Turkse Hezbollah. De informatie in het thematisch ambtsbericht van oktober 2016 bood onvoldoende duidelijkheid over de situatie van leden van de Turkse Hezbollah in gevangenissen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. Het besluit van 14 juni 2018 werd vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.503,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.