ECLI:NL:RVS:2018:3202
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken actueel en reëel belang
Appellant heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege medische en sociale omstandigheden, waaronder een schedelbasisfractuur en financiële problemen die hem verhinderen in zijn woning te blijven. Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant op dat moment gedetineerd was en pas na een lange periode in vrijheid kon worden gesteld, terwijl de urgentieverklaring slechts 26 weken geldig is.
Appellant stelde dat hij door zijn strafrestant in aanmerking zou komen voor plaatsing in een Beperkt Beveiligde Inrichting met verlofmogelijkheden, waarvoor een verlofadres vereist is, en dat hij daarom wel belang had bij beoordeling van het besluit. De Afdeling overwoog dat de bestuursrechter alleen inhoudelijk mag oordelen als er een actueel en reëel belang is. Gezien de detentie en de geldigheidsduur van de urgentieverklaring was er geen reëel belang. Het betoog van appellant faalde omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij op korte termijn verlof zou krijgen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.