ECLI:NL:RVS:2024:2806
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen boete voor overschrijding 40/60%-regel bij exploitatie B&B in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 3 september 2020 een bestuurlijke boete van € 20.500,- op aan [wederpartij] vanwege het onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad zonder vergunning. De boete werd later bij bezwaar verlaagd naar € 11.600,-. De rechtbank Amsterdam matigde de boete verder tot € 500,- vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de beperkte duur van de betrokkenheid van [wederpartij], zijn noodsituatie en zijn beperkte financiële draagkracht.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank een onjuist toetsingskader had gehanteerd door de boete als maximaal op te leggen bedrag te beschouwen in plaats van als standaardboete. Tevens betwistte het college dat er bijzondere omstandigheden waren die matiging rechtvaardigden.
Tijdens de zitting gaf het college aan alleen nog een oordeel te willen over de uitleg van de boeteregeling en de financiële draagkracht van [wederpartij], maar niet over de boetehoogte zelf. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college geen actueel en reëel belang meer had bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk.
De Afdeling legde een griffierecht van € 548,- op aan het college en wees het verzoek om proceskostenvergoedingen af omdat niet was gebleken dat [wederpartij] kosten had gemaakt.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard en de boete van € 500,- blijft in stand.