ECLI:NL:RVS:2018:3172
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris heeft op 11 augustus 2016 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris zijn besluit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, terwijl de vreemdeling voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de kerkelijke huwelijksakte voldoende bewijs was voor het huwelijk, terwijl de staatssecretaris terecht had gesteld dat deze slechts indicatieve bewijskracht heeft en dat de vreemdeling geen aanvullend bewijs had geleverd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling af en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.