ECLI:NL:RBDHA:2018:15833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aannemelijk huwelijk in nareis asielprocedure
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel af te wijzen. De aanvraag was gebaseerd op een vermeend huwelijk met een referent, maar verweerder oordeelde dat de identiteit van eiser niet in geschil was, maar dat het huwelijk niet voldoende was aangetoond.
De rechtbank stelt vast dat de kerkelijke huwelijksakte slechts indicatieve bewijskracht heeft en dat eiser en referent tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd over belangrijke feiten zoals het moment van kennismaking, de duur van samenwoning en contactmomenten. Verweerder heeft daarom het huwelijk niet aannemelijk geacht en de aanvraag afgewezen.
Eiser voerde aan dat het huwelijk wel rechtsgeldig is en dat de verklaringen niet tegenstrijdig zijn, onder meer door interpretatieverschillen en medische beperkingen van referent. De rechtbank oordeelt echter dat deze argumenten onvoldoende onderbouwd zijn en dat verweerder terecht tot afwijzing heeft besloten.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Van Dooijeweert en griffier Koens op 20 december 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van het huwelijk.