ECLI:NL:RVS:2018:3023
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing nadeelcompensatie door minister na Tracébesluit A2 Passage Maastricht
Appellant verzocht de minister om nadeelcompensatie wegens waardedaling van zijn woning door het Tracébesluit A2 Passage Maastricht. De minister wees dit verzoek af op grond van actieve risicoaanvaarding, omdat het project al in 1995 met een Startnotitie bekend was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat zij zelf bevoegd is in eerste aanleg voor dergelijke zaken en vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens onbevoegdheid.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de Startnotitie 1995 een concreet en openbaar beleidsvoornemen was, waardoor voorzienbaarheid van het project bij de aankoop van de woning in 1999 bestond. Het feit dat het project tijdelijk werd uitgesteld en later met een uitgebreidere tunnel werd uitgevoerd, doet hieraan niet af.
De Afdeling concludeerde dat appellant het nadeel door de overheidsmaatregel zelf moest dragen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard wegens voorzienbaarheid van het project.