ECLI:NL:RVS:2018:2834
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop wegens overschrijding toegestane bouwhoogte ondanks betwisting legalisering en vertrouwensbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld legde op 4 juli 2016 een bouwstop op voor bouwwerkzaamheden op twee percelen te Bocholtz nadat was vastgesteld dat de begane grondvloer circa 0,10 meter hoger werd gebouwd dan toegestaan in de omgevingsvergunningen. De bouwstop werd schriftelijk bevestigd op 7 juli 2016 en bezwaren van de appellanten werden door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de appellanten tegen de bouwstop ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De appellanten voerden aan dat op 4 juli 2016 nog geen overtreding bestond, dat er concreet zicht op legalisering was vanwege een gedoogbeleid bij een afwijking van 10%, dat het college de belangen niet deugdelijk had afgewogen en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door een vermeend advies tijdens een welstandsvergadering. De Raad van State oordeelde dat de bouw van de extra betonstenen laag een afwijking van de vergunning vormde en daarmee een overtreding was. Het college hoefde niet te onderzoeken of legalisering mogelijk was alvorens de bouwstop op te leggen. De belangenafweging was beperkt en de overschrijding niet van geringe aard. Er was geen concrete en ondubbelzinnige toezegging die het vertrouwensbeginsel kon rechtvaardigen.
Ook werd geoordeeld dat het college het hoor en wederhoor-beginsel niet had geschonden door appellanten niet vooraf te laten reageren op een verklaring van de dorpsbouwmeester, omdat deze verklaring geen feit van aanmerkelijk belang was. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwstop bevestigd.