ECLI:NL:RVS:2018:2636
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige tegemoetkoming faunaschade door dassen aan prei
Het Faunafonds kende aan appellante een tegemoetkoming van € 5.265 toe voor schade door dassen aan prei, waarbij alleen directe schade zoals vertrapping en omgraven werd vergoed. Appellante vorderde een hogere vergoeding voor ook gevolgschade door beschadiging van acryldoek en groeiachterstand. De rechtbank oordeelde dat het standpunt van het college, dat alleen directe schade vergoedt, niet onredelijk was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. Zij overwoog dat het wettelijk kader en de beleidsregels het Faunafonds beoordelingsruimte geven om alleen directe schade te vergoeden. De gevolgschade door warmteverlies en oogstvervroeging valt niet onder vergoeding. Ook de stelling van appellante dat de wilddruk en bedrijfsvoering bijzondere omstandigheden vormen, werd verworpen. De oppervlakte van de schade was volgens het taxatierapport correct vastgesteld.
De Afdeling concludeerde dat het Faunafonds de tegemoetkoming terecht op € 5.265 heeft vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming van € 5.265 wordt bevestigd.