ECLI:NL:RVS:2018:26
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks overschrijding beslistermijn
Bij besluiten van 31 juli 2015 stelde de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van appellante over 2012 en 2013 vast op nihil en vorderde zij teveel ontvangen bedragen terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst niet bevoegd was de toeslag te herzien vanwege overschrijding van de beslistermijn zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze termijn niet fataal is en dat de herziening binnen de wettelijke vijfjaarsperiode viel, waardoor de Belastingdienst bevoegd bleef.
Verder voerde appellante aan dat zij schade had geleden door de termijnoverschrijding, waaronder onterecht gevorderde heffingsrente, en dat de Belastingdienst tot schadevergoeding moest worden veroordeeld. De Afdeling verwierp dit omdat de enkele termijnoverschrijding niet leidt tot aansprakelijkheid zonder bijkomende onrechtmatigheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van kinderopvangtoeslag en wijst het hoger beroep van appellante af.