ECLI:NL:RVS:2018:2469
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 mei 2015 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor twee vreemdelingen uit Ghana afgewezen. De vreemdelingen, minderjarig en geboren in 1996 en 2000, wilden in Nederland verblijven bij een referent die hun biologische vader zou zijn. De staatssecretaris stelde dat de relatie tussen de referent en de vreemdelingen onvoldoende was ingevuld, mede omdat zij niet uit een huwelijk of een daarmee gelijkgestelde relatie waren geboren.
De rechtbank Den Haag had dit besluit in maart 2017 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beleidsregel uit de Vreemdelingencirculaire 2000, die vereist dat een biologische vader een relatie met zijn kinderen voldoende moet invullen om gezinsleven te erkennen, niet in strijd is met de Europese richtlijn en jurisprudentie.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat er geen beschermenswaardig gezinsleven bestond omdat de referent onvoldoende betrokken was bij de vreemdelingen. De door de vreemdelingen aangevoerde feiten en bewijzen waren onvoldoende of niet objectief onderbouwd. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.