ECLI:NL:RVS:2018:2373
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling wegens toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, diende op 21 november 2017 in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming in, maar reisde zonder beslissing af te wachten naar Nederland. Op 23 januari 2018 werd hij strafrechtelijk aangehouden en door de staatssecretaris een terugkeerbesluit opgelegd, een inreisverbod uitgevaardigd en in vreemdelingenbewaring gesteld.
De vreemdeling voerde aan dat de Dublinverordening van toepassing was en niet de Terugkeerrichtlijn, waardoor het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig waren. De rechtbank wees dit af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet was geïnformeerd dat hij geacht werd zijn asielverzoek in Frankrijk te hebben ingetrokken, waardoor een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening bestond.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, verklaarde de beroepen gegrond en kende de vreemdeling een vergoeding toe voor de periode van de onrechtmatige vrijheidsontneming. De vrijheidsontnemende maatregel was reeds opgeheven, zodat een bevel achterwege kon blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd en een vergoeding wordt toegekend.