ECLI:NL:RVS:2018:2372
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling wegens toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, diende in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming in en reisde daarna zonder beslissing naar Nederland. De staatssecretaris nam op 23 januari 2018 een terugkeerbesluit, vaardigde een inreisverbod uit en stelde de vreemdeling in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de Dublinverordening van toepassing is en dat de vreemdeling niet is uitgelegd dat hij zijn asielverzoek in Frankrijk had ingetrokken. Hierdoor was er een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Frankrijk en mocht geen terugkeerbesluit worden genomen. De inbewaringstelling was daardoor onrechtmatig.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. Het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd. De vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend over de periode van bewaring en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend.