ECLI:NL:RVS:2024:1078
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onjuiste grondslag Dublinoverdracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 16 november 2023 in bewaring en vaardigde een terugkeerbesluit uit. Op 17 november 2023 werd een inreisverbod opgelegd. Nadat bleek dat een Dublinoverdracht aan Kroatië mogelijk was, werd de eerste maatregel opgeheven en een nieuwe maatregel opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste maatregel gegrond, maar wees het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze laatste beslissingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat vanaf het begin een concreet aanknopingspunt voor een Dublinoverdracht bestond, waardoor de terugkeerprocedure niet toegepast had mogen worden. Het terugkeerbesluit en het inreisverbod zijn daarom onrechtmatig en worden vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd wegens onrechtmatigheid en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.