ECLI:NL:RVS:2018:2226
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging voorschot huurtoeslag wegens inkomen en onzelfstandige woning
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het bezwaar tegen de beëindiging van haar voorschot huurtoeslag over 2015 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot beëindigd omdat het inkomen van [appellante] hoger was dan de maximale inkomensgrens en omdat de woning niet als zelfstandige woning werd aangemerkt vanwege het ontbreken van een eigen toilet met waterspoeling.
De rechtbank oordeelde dat het inkomen van [appellante] over 2015 inderdaad hoger was dan het norminkomen en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat haar woning beschikte over een eigen toilet. In hoger beroep voerde [appellante] aan dat haar inkomen in 2016 en 2017 lager was dan het norminkomen en dat haar woning wel een zelfstandige woning was, onderbouwd met getuigenverklaringen en foto’s.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het inkomen over 2015 is bepalend en hoger dan het norminkomen, waardoor geen recht op huurtoeslag bestaat. Daarnaast is niet aannemelijk dat de woning een zelfstandige woonruimte is, omdat het toilet op de gang wordt gedeeld en ook de verhuurder dit bevestigt. Het feit dat [appellante] een sleutel heeft van het toilet en dit kan afsluiten, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het voorschot huurtoeslag bevestigd.