ECLI:NL:RVS:2018:2225
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning windpark Oostpolder wegens ontbreken verklaring van geen bedenkingen
Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 12 september 2017 een omgevingsvergunning aan Waddenwind B.V. voor de realisatie van 21 windturbines in de Oostpolder. Appellanten, waaronder een omwonende en Stichting RPWG, stelden beroep in tegen deze vergunning. De omwonende stelde dat het college voorafgaand aan de vergunningverlening een verklaring van geen bedenkingen van provinciale staten had moeten vragen, wat niet was gebeurd. De Raad van State oordeelde dat dit inderdaad verplicht was op grond van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht, waardoor de vergunning in strijd met deze bepalingen is verleend.
De Raad van State ging uitgebreid in op verschillende andere bezwaren, zoals de onduidelijkheid over het type windturbine, geluidnormen, slagschaduw, verlichting, externe veiligheid en archeologie. Deze bezwaren werden afgewezen omdat het college voldoende onderzoek had verricht en de beleidsruimte correct had benut. Stichting RPWG voerde aan dat het college niet had voldaan aan het beleidskader voor sanering en opschaling van solitaire windturbines, maar dit beroep werd ongegrond verklaard omdat het college maatwerk mocht toepassen gezien het ontbreken van overeenstemming tussen partijen.
Hoewel het beroep van de omwonende gegrond werd verklaard en de vergunning werd vernietigd, liet de Raad van State de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege de bijzondere omstandigheden, waaronder de instemming van provinciale staten met de vergunningverlening. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de omwonende.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor windpark Oostpolder wordt vernietigd wegens het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.