ECLI:NL:RVS:2018:2175

Raad van State

Datum uitspraak
29 juni 2018
Publicatiedatum
2 juli 2018
Zaaknummer
201805083/3/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Er werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd, aangezien reeds een ordemaatregel was getroffen waarbij de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 29 juni 2018, in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath. Hiermee is de vreemdeling voorlopig beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure van het hoger beroep.

Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201805083/3/V1.
Datum uitspraak: 29 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 juni 2018 in zaak nr. NL18.9561 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 19 mei 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 18 juni 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 22 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2088, heeft de voorzieningenrechter, vooruitlopend op de behandeling van het verzoek, een ordemaatregel getroffen.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2.    Gelet op wat is aangevoerd komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter de staatssecretaris bij het treffen van de hiervoor genoemde ordemaatregel reeds tot vergoeding van de proceskosten van het verzoek heeft veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Hanrath
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2018
392.