ECLI:NL:RVS:2018:2088
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 19 mei 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 juni 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting uit te stellen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 juni 2018 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen uitzetting op 24 juni 2018 niet zal plaatsvinden zolang het hoger beroep loopt. Dit omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken en het belang van de vreemdeling bij het voorkomen van uitzetting zwaarwegend is.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, ter hoogte van €501,00. De uitspraak is gedaan in het openbaar en door de voorzieningenrechter ondertekend.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 24 juni 2018 wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.