ECLI:NL:RVS:2018:1999
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet toekennen kinderopvangtoeslag wegens niet tijdige betaling
Appellante maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag voor 2014 en 2015, maar de Belastingdienst/Toeslagen stelde de toeslagbedragen bij besluiten op nihil of aanzienlijk lager vanwege niet tijdige betaling van facturen. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat alle kosten tijdig waren voldaan, mede doordat betalingsregelingen te laat werden getroffen en niet alle kosten aantoonbaar waren betaald.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel alle kosten had voldaan en dat er slechts sprake was van een klein afrondingsverschil. De Raad van State overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de aanvrager van kinderopvangtoeslag moet aantonen dat de kosten daadwerkelijk en tijdig zijn betaald. Betalingsregelingen die na het betreffende jaar zijn getroffen, kunnen niet worden meegewogen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante niet heeft aangetoond dat zij alle kosten tijdig heeft betaald voor de opvang via de verschillende kinderopvangorganisaties. Ook het argument dat het niet aan appellante te wijten was dat zij niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; rechtbankuitspraak bevestigd dat geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag wegens niet tijdige betaling.