ECLI:NL:RVS:2017:1369
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet-betaalde kosten 2013
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag van appellante over 2013 definitief vast op nihil en vorderde een bedrag van €8.220 terug. Appellante had niet alle kosten van kinderopvang tijdig betaald, ondanks een betalingsregeling die feitelijk niet tot stand kwam. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij verkeerd was voorgelicht en dat zij een betalingsregeling met Pleitmeesters B.V. had getroffen om alsnog de kosten te voldoen. Ook stelde zij dat de Belastingdienst in vergelijkbare gevallen anders had gehandeld, wat volgens haar in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat betalingen in 2017 en 2018 te laat zijn om aan het toeslagjaar 2013 te worden toegerekend en dat de omstandigheden van appellante geen uitzondering rechtvaardigen.
Verder concludeerde de Raad dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de Belastingdienst in vergelijkbare zaken betalingsregelingen heeft geaccepteerd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag 2013 wordt bevestigd.