ECLI:NL:RVS:2018:1975
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 juni 2017 de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd hen ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdelingen maakten bezwaar en de rechtbank verklaarde hun beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de juiste toetsingsvolgorde niet had gevolgd, omdat eerst de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd getoetst had moeten worden alvorens de ambtshalve weigering van de verblijfsvergunning regulier te beoordelen. Hierdoor was de uitspraak van de rechtbank niet juist.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste de besluiten van de staatssecretaris zelf. De vreemdelingen stelden dat zij vanwege hun etnische afkomst en de medische situatie van vreemdeling 3 recht hadden op bescherming, maar de Raad oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Albanië voor hen geen veilig land van herkomst is of dat vreemdeling 3 geen adequate medische zorg kan krijgen.
De Raad volgde het standpunt van de staatssecretaris dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet slaagt, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de besluiten van de staatssecretaris bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun verblijfsvergunningen bevestigd.