ECLI:NL:RVS:2018:1841
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- D.J.C. van den Broek
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor wijziging inrichting en bestemmingsplanafwijking te Weert
Het college van burgemeester en wethouders van Weert weigerde op 15 juli 2014 en opnieuw op 19 juli 2016 omgevingsvergunningen te verlenen aan [bedrijf] voor het veranderen van haar inrichting, het bouwen op de locatie en het afwijken van het bestemmingsplan. De rechtbank vernietigde het eerste besluit, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Het hoger beroep richt zich tegen deze laatste uitspraak.
De kern van het geschil betreft de opslag van eieren, waarbij het college oordeelde dat de opslag van eieren van derden niet is toegestaan binnen het bestemmingsplan "Agrarisch - Agrarisch bedrijf". [Bedrijf] stelde dat zij de opslag had beperkt tot eieren die bij recht zijn toegestaan, maar heeft dit niet formeel aangepast in haar aanvraag.
De Afdeling overwoog dat de opslag van eieren van derden zowel bij de eerste als de tweede weigering in strijd is met het bestemmingsplan. De uitspraak van 25 mei 2016 veranderde de rechtstoestand niet en het college hoefde niet uit eigen beweging aanvullende gegevens te vragen of de aanvraag te wijzigen. Verder is de situatie niet vergelijkbaar met eerdere jurisprudentie over de Wet milieubeheer, omdat nu ook een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is gevraagd.
Omdat de activiteiten bouwen en het in werking hebben van de inrichting onlosmakelijk verbonden zijn met het afwijken van het bestemmingsplan, is de gehele vergunning terecht geweigerd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.