ECLI:NL:RVS:2018:1764
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Hoekstra
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep last onder bestuursdwang na faillissement
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland legde op 7 juli 2010 een last onder bestuursdwang op aan appellant vanwege asbestverontreiniging op zijn perceel. Na een verzoek tot opheffing in 2015, dat werd afgewezen, stelde appellant beroep in. Tijdens de procedure werd appellant failliet verklaard, waarna het college verzocht om schorsing van de procedure en oproeping van de curator.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk zonder nadere zitting, wat appellant aanvocht in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onterecht het onderzoek ter zitting had gesloten zonder partijen om toestemming te vragen, waardoor de uitspraak vernietigd werd.
Inhoudelijk werd geoordeeld dat het verzoek om ontslag van instantie door het college terecht was, mede vanwege het belang van het college om geen verdere kosten te maken en het feit dat de curator het geding niet wilde overnemen. Het beroep van appellant werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het betaalde griffierecht werd aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de last onder bestuursdwang is niet-ontvankelijk verklaard en de procedure beëindigd.