ECLI:NL:RVS:2018:1709
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- H. Bolt
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bewonersparkeervergunning wegens overschrijding vergunningenplafond niet toegestaan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 7 maart 2016 een bewonersparkeervergunning aan de wederpartij, maar trok deze vergunning op 21 maart 2016 in met ingang van 1 april 2016. De intrekking werd gemotiveerd door een fout in de aanvraagdatum, waardoor de vergunning ten onrechte direct was verleend ondanks het bereiken van het vergunningenplafond. Het college handhaafde deze intrekking bij besluit op bezwaar van 31 oktober 2016.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking, omdat de intrekking op grond van het vergunningenplafond niet was toegestaan volgens artikel 37, eerste lid, aanhef en onder c, van de Parkeerverordening 2013. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college inderdaad niet bevoegd was om de vergunning in te trekken vanwege het bereiken van het vergunningenplafond. Wel is intrekking mogelijk indien de vergunningverlening onjuist was en de vergunninghouder dit wist of behoorde te weten, maar dat was hier niet het geval. Het hoger beroep van het college werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak bevat tevens een bijlage met relevante bepalingen uit de Parkeerverordening 2013 die de juridische kaders van vergunningverlening en intrekking omschrijven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bewonersparkeervergunning wegens overschrijding van het vergunningenplafond is niet toegestaan.