ECLI:NL:RVS:2018:1618
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer ondanks betwisting proces-verbaal en kosten
Het CBR legde appellant een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een proces-verbaal van 5 september 2016, waarin werd vastgesteld dat appellant binnen de bebouwde kom met een snelheid boven 100 km/u reed en een stopteken negeerde. Appellant betwistte de juistheid van het proces-verbaal en stelde dat het valselijk was opgesteld, mede vanwege onjuiste straatbenaming en het ontbreken van concrete snelheidsgegevens.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht op het proces-verbaal mocht vertrouwen en dat de kosten van de EMG terecht bij appellant in rekening zijn gebracht. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat de kosten niet voldoende waren onderbouwd en dat het CBR het proces-verbaal niet had mogen gebruiken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij overwoog dat het CBR in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs dit tegenspreekt. De enkele betwisting en de onjuiste straatbenaming waren onvoldoende om aan de juistheid te twijfelen. Ook de kosten waren volgens de Afdeling in overeenstemming met de wettelijke vereisten vastgesteld en voldoende inzichtelijk gemaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de EMG en de kosten daarvan worden bevestigd.