ECLI:NL:RVS:2018:1310
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 3 augustus 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 19 maart 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te waarborgen gedurende de procedure, gegrond was in het licht van eerdere jurisprudentie. De staatssecretaris werd daarom verboden de vreemdeling uit te zetten totdat het hoger beroep is beslist.
Voorts werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 18 april 2018 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.