ECLI:NL:RVS:2018:1230
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 6 juli 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 februari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 10 april 2018. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep, en wordt de financiële last van de procedure deels vergoed.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.