ECLI:NL:RBDHA:2018:3845
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op staatloosheid Fayli-Koerd wegens Iraakse nationaliteit en herkrijging
Eiser, een Fayli-Koerd geboren in Iran met voorouders uit Irak, verzocht om een verblijfsvergunning maar werd afgewezen omdat verweerder aannam dat hij de Iraakse nationaliteit bezit of kan herkrijgen. Eiser stelde staatloos te zijn en wees op vervolging wegens afvalligheid en slechte behandeling in Iran.
De rechtbank onderzocht of verweerder terecht uitging van de Iraakse nationaliteit. Hoewel eiser geen documenten kon overleggen, had hij bij het eerste gehoor verklaard Iraakse nationaliteit te bezitten en waren er veel aanknopingspunten met Irak. De rechtbank concludeerde dat verweerder dit standpunt voldoende had gemotiveerd.
De rechtbank bekeek ook de Iraakse nationaliteitswetgeving die herstel van nationaliteit mogelijk maakt voor Fayli-Koerden die deze was ontnomen. Ondanks praktische obstakels is de wettelijke mogelijkheid tot herkrijging aanwezig. Eiser had geen pogingen ondernomen om deze nationaliteit te herkrijgen en had onvoldoende bewijs geleverd van staatloosheid.
De rechtbank verwierp ook het beroep op vervolging wegens afvalligheid omdat eiser tijdens de procedure nog moslim was en geen bewijs van daadwerkelijke afvalligheid had geleverd. De gestelde mishandeling en problemen in Iran werden niet geloofwaardig bevonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat verweerder terecht uitgaat van de Iraakse nationaliteit van eiser of de mogelijkheid deze te herkrijgen.