ECLI:NL:RVS:2018:1087
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag vreemdeling wegens ongeloofwaardig bekering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar en haar echtgenoots bekering tot het christendom in Iran en de daaropvolgende vlucht uit het land. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was en dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De Raad van State motiveerde dit met het ontbreken van overtuigende verklaringen over het proces en de motieven van de bekering, ondanks het overleggen van een doopcertificaat en kerkgang in Nederland.
Ook het beroep op de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om een verblijfsvergunning te verlenen werd verworpen. De emotionele situatie van de vreemdeling en haar echtgenoot in Nederland bood geen grondslag voor asielverlening.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 maart 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar asielaanvraag bevestigd.