ECLI:NL:RVS:2018:1040
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verwijdering politiegegevens uit Basisvoorziening Handhaving
Appellanten verzochten de verwijdering van hun politiegegevens, waaronder vingerafdrukken en foto’s, uit de Basisvoorziening Handhaving (BVH) naar aanleiding van hun aanhouding bij een burenruzie. De korpschef wees dit verzoek af omdat de gegevens volgens hem van belang zijn voor de uitvoering van de politietaak en niet onjuist zijn.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat het sepot van de strafzaak niet betekent dat zij niet langer als verdachten gelden en dat de gegevens niet onjuist of onvolledig zijn. Appellanten stelden in hoger beroep dat de politie fouten heeft gemaakt en onterechte gegevens heeft opgenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het correctierecht op grond van artikel 28 Wpg Pro niet ziet op meningen of conclusies, maar op feiten die onjuist zijn. Het sepot betekent niet automatisch dat gegevens verwijderd moeten worden. De gegevens zijn relevant voor toekomstige politietaken, vooral gezien de voortgaande burenruzie. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verwijdering van politiegegevens bevestigd.