ECLI:NL:RVS:2015:3122
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoeken tot correctie politiegegevens door korpschef
Appellant verzocht de korpschef om aanpassing en verwijdering van diverse politiegegevens die volgens hem onjuist waren. De korpschef wees deze verzoeken af, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het correctierecht op grond van artikel 28 Wpg Pro niet ziet op meningen of conclusies, maar op feitelijke onjuistheden. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de feiten onjuist waren, mede omdat de politiegegevens waren opgesteld door opgeleide ambtenaren zonder belang bij onjuiste weergave. Ook het betoog over vermeende integriteitsproblemen van agenten en het ontbreken van nader onderzoek faalde.
Verder werd geoordeeld dat de overschrijding van de wettelijke termijn van vier weken voor besluitvorming geen rechtsgevolgen heeft. Ook het argument dat appellant onevenredig in zijn belangen werd getroffen door een tijdelijke ontzegging van het recht op kennisneming en correctieverzoeken werd verworpen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.