ECLI:NL:RVS:2018:1020
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris heeft op 21 juni 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 23 februari 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 maart 2018 het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.