ECLI:NL:RVS:2017:817
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit stopzetting voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende betalingsbewijs
Appellante maakte in 2014 gebruik van kinderopvang via een gastouderbureau en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot in december 2014 op nihil wegens onvoldoende bewijs dat alle kosten betaald waren. Appellante voerde aan dat zij via schuldhulpverlening en budgetbeheer betalingen had gedaan en dat zij de kosten over november en december 2014 niet kon betalen omdat het voorschot toen was stopgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was aangetoond dat alle kosten waren voldaan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de Belastingdienst/Toeslagen niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de stopzetting van het voorschot en niet de vereiste procedure van opschorting volgens de Awir heeft gevolgd. Appellante heeft aannemelijk gemaakt dat zij de kosten grotendeels heeft voldaan en dat zij de kosten na stopzetting niet kon betalen doordat het voorschot werd stopgezet.
De Afdeling vernietigt het besluit van 23 september 2015 en het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De Belastingdienst/Toeslagen moet een nieuw besluit nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot stopzetting van het voorschot kinderopvangtoeslag wordt vernietigd en de Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen.