ECLI:NL:RVS:2015:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.W. van de Gronden
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende motivering door burgemeester
De burgemeester van 's-Hertogenbosch legde op 4 mei 2014 een tijdelijk huisverbod van tien dagen op aan een persoon vanwege vermoedens van huiselijk geweld. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit op 22 augustus 2014 omdat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom het huisverbod noodzakelijk was, mede omdat de betrokkene de woning had verlaten en de concrete aanleiding voor het huisverbod ontbrak.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat het besluit voldoende was gemotiveerd met een Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) en een proces-verbaal van bevindingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het opleggen van een huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegepast bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid.
De Afdeling constateerde dat het geweldsincident dat aanleiding gaf voor het huisverbod niet concreet was beschreven en dat de betrokkene de woning al had verlaten. Hierdoor ontbrak het aan een onmiddellijk gevaar. De rechtbank had daarom terecht het besluit vernietigd. Het hoger beroep van de burgemeester werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het tijdelijk huisverbod bevestigd.