ECLI:NL:RVS:2017:721
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens schending hoorrecht en beoordeling belangenafweging
De staatssecretaris heeft op 20 april 2015 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De vreemdeling stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit, waarbij hij onder meer aanvoerde dat hij niet gehoord was en dat terugkeer naar Marokko in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn langdurige verblijf en sterke familiebanden in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het het inreisverbod betrof. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het hoorrecht niet correct had toegepast, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en vernietigd moest worden. Tegelijkertijd stelde de Raad vast dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde.
De Raad overwoog verder dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardig was gemaakt, mede vanwege de strafrechtelijke veroordelingen van de vreemdeling en het ontbreken van nauwe familiebanden in Nederland. Ondanks de vernietiging van het besluit bleef de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd wegens schending van het hoorrecht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.