ECLI:NL:RVS:2017:618
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens onvoldoende bewijs overtreding
De RDW trok op 24 juni 2015 de erkenning bedrijfsvoorraad van de wederpartij voor zes weken in wegens het niet tijdig aanmelden van een Volkswagen Polo in de bedrijfsvoorraad. De wederpartij stelde dat zij de auto wel had aangemeld via het ORAD-systeem en beschikte over een demontage- en transactiecode. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van de RDW, omdat niet buiten redelijke twijfel was vastgesteld dat de overtreding was begaan.
De RDW ging in hoger beroep en voerde aan dat de demontagecode niet verplicht tot aanmelding en dat de transactiecode niet voor deze auto kon zijn afgegeven. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit tot intrekking een punitieve sanctie is en dat de RDW de overtreding aannemelijk moet maken. Gezien de door de wederpartij overgelegde bewijsstukken en het ontbreken van storingen in het RDW-systeem, was niet bewezen dat de aanmelding niet had plaatsgevonden.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij. Hiermee blijft de erkenning bedrijfsvoorraad van de wederpartij behouden, omdat de RDW onvoldoende bewijs leverde voor de overtreding waarop de sanctie was gebaseerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de RDW wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit tot intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad wordt bevestigd.