ECLI:NL:RVS:2017:555
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens verzwijging relevante feiten bij naturalisatie
Appellant kreeg in 2003 het Nederlanderschap verleend, maar dit is ingetrokken omdat hij bij zijn naturalisatieverzoek relevante feiten heeft verzwegen, namelijk zijn verblijf in Jemen en het bezit van een Jemenitisch paspoort. De minister stelde dat deze feiten, indien bekend geweest, tot afwijzing van het verzoek zouden hebben geleid.
De rechtbank oordeelde eerder dat de intrekking onterecht was vanwege onvoldoende motivering van de minister over de evenredigheid van de maatregel. De minister nam daarop een nieuw besluit, dat appellant aanvocht in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het paspoort authentiek is en dat appellant bewust de kans heeft aanvaard relevante feiten te verzwijgen. De minister heeft een zorgvuldige Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling verricht, waarbij onder meer het tijdsverloop, de ernst van de inbreuk en mogelijke staatloosheid zijn betrokken. Appellants bezwaren over onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid worden verworpen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van het Nederlanderschap en verklaart het hoger beroep ongegrond.