ECLI:NL:RVS:2017:476
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voorschriften horecavergunning
De burgemeester heeft op 6 november 2013 voorschriften verbonden aan een horecavergunning die op 27 september 2005 was verleend aan een vergunninghouder. [Appellant A] maakte op 14 juli 2015 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant A] ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid. [Appellant A] stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld en dat de burgemeester niet had voldaan aan de vereisten van bekendmaking volgens de Awb. De Afdeling oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan de vergunninghouder en dat [appellant A] niet tot de belanghebbenden behoorde die het besluit rechtstreeks ontvingen.
Verder werd vastgesteld dat [appellant A] op 13 april 2015 op de hoogte was van het besluit en dat hij het bezwaar pas ruim daarna indiende. De Afdeling volgde de jurisprudentie dat een belanghebbende die niet de vergunninghouder is, binnen twee weken na bekendwording bezwaar moet maken. Omdat deze termijn was overschreden zonder gegronde reden, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het voorwaardelijke incidenteel hoger beroep van de burgemeester verviel omdat het hoger beroep van [appellant A] ongegrond werd verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aan de horecavergunning verbonden voorschriften is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.