ECLI:NL:RVS:2017:444
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen toekenning asiel aan Macedonische Roma afgewezen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de afwijzing van asielaanvragen van twee Macedonische Roma en hun minderjarige kinderen vernietigde. De vreemdelingen vorderden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat vreemdeling 1 bedreigd zou worden door een invloedrijke politieagent in Macedonië.
De rechtbank oordeelde dat Macedonië onvoldoende bescherming biedt aan de Roma-bevolkingsgroep en verklaarde de beroepen gegrond. De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat Macedonië terecht als veilig land van herkomst is aangemerkt en dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen bescherming kunnen krijgen, mede omdat zij geen aangifte deden bij de autoriteiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het op de vreemdelingen rust om aannemelijk te maken dat zij geen effectieve bescherming kunnen krijgen. Dit was niet gebeurd, onder meer omdat vreemdeling 1 zich niet tot de autoriteiten heeft gewend. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de beroepen ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.