ECLI:NL:RVS:2017:3614

Raad van State

Datum uitspraak
28 december 2017
Publicatiedatum
29 december 2017
Zaaknummer
201710261/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod

De vreemdeling had een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd die op 1 oktober 2014, aangevuld op 24 juli 2015, door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd ingetrokken. Tevens werd tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 20 juni 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek en constateerde dat de geplande uitzetting op 28 december 2017 was geannuleerd. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang dat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Bovendien was onduidelijk of en wanneer de uitzetting alsnog zou plaatsvinden. De voorzieningenrechter ging ervan uit dat de vreemdeling tijdig geïnformeerd zal worden indien de uitzetting alsnog wordt uitgevoerd.

Gezien het ontbreken van spoedeisend belang werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 28 december 2017.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

201710261/1/V2.
Datum uitspraak: 28 december 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 1 oktober 2014, aangevuld op 24 juli 2015, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 20 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Hij heeft dit verzoek aangevuld en nadere stukken overgelegd.
Overwegingen
1.    Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling op donderdag 28 december 2017 wordt uitgezet naar zijn land van herkomst.
2.    Desgevraagd heeft de staatssecretaris medegedeeld dat voormelde uitzetting is geannuleerd.
3.    Dat voormeld besluit voor uitvoering vatbaar is, levert geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb op. Bij dit oordeel is betrokken dat op dit moment niet duidelijk is dat en, zo ja, op welke termijn uitzetting zal plaatsvinden. Indien de uitzetting van de vreemdeling daadwerkelijk wordt geëffectueerd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat - de gemachtigde van - de vreemdeling hierover tijdig zal worden geïnformeerd.
4.    Het verzoek zal reeds daarom als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Sanchit-Premchand, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Sanchit-Premchand
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2017
691.